maandag 7 april 2014

De wandeling aan de leiband, een marteling voor hond en geleider

Waarom is rustig wandelen met een hond vaak zo moeilijk?

Kunnen we het eens zijn dat honden territoriale dieren zijn?

Iedere hond heeft zijn eigen territorium. Afhankelijk van de hond is dat territorium groot of klein: vaak is het echter kleiner dan wij mensen beseffen. Binnen zijn territorium moet de hond de garantie hebben dat hij veilig is en dat hij de controle over zijn persoonlijke grenzen kan behouden.

Tijdens een opleiding over gedragstesten, gegeven door een gedragsbioloog, leerde ik dat territoriaal gedrag alleen mogelijk is binnen de eigen leefomgeving van de hond. Maar wat is dat dan, die eigen leefomgeving van de hond? Beseft een hond dat hij ‘zijn’ territorium verlaat? Of, is de plaats waar de hond zich ‘nu’ bevindt per definitie het territorium? En als dat laatste klopt, hoe kunnen we dan de veiligheid van de hond voorspelbaar en controleerbaar voor hem maken?
Zouden het onveiligheidsgevoel, de onvoorspelbaarheid van de grenzen en het niet kunnen controleren ervan de oorzaak kunnen zijn waarom vele honden zo gespannen zijn tijdens de wandeling? Ervaart de hond zoveel stress omdat de plaats waar hij zich bevindt geen vaste grenzen heeft en omdat iedereen zomaar zijn territorium betreedt? Zou het kunnen dat de frustratie over zijn gebrek aan veiligheid aan de basis ligt van allerlei ‘ongewenst’ gedrag tijdens de wandeling – zoals trekken aan de leiband, uitvallen naar mensen en honden, en markeergedrag?

Is het mogelijk dat gedragsbiologen wel weten wat een territorium is maar de leefwereld van de huishond niet goed begrijpen? Zou het kunnen dat de specialisten hondentrainers ervan uit gaan dat men met het toepassen van leerprincipes alle gedrag van een hond kan beïnvloeden? Zou het echter niet kunnen dat ook daar grenzen aan verbonden zijn? En zou het niet wenselijk zijn dat we met z’n allen eens bezinnen over wat normaal hondengedrag nu juist inhoudt?

Uiteraard dien ik voorzichtig te zijn en niet alle honden over dezelfde kam te scheren. Ik zie veel honden die samen met hun geleider op een ontspannen manier op stap gaan. Mijn gevoel vertelt mij dan dat deze honden zich gewoon veilig voelen en nooit hebben moeten léren om aan een leibandje te lopen.

Maar al die andere trekkende, hijgende, uitvallende, gespannen honden vertoeven volgens mij in een onoplosbare conflictsituatie: ze bevinden zich een territoriale omgeving waar geen voorspelbaarheid, noch controleerbaarheid over hun veiligheid gewaarborgd kan worden. De hond wordt te pas en te onpas benaderd in zijn persoonlijke ruimte en heeft geen voorspelbaarheid, noch controle over de ander.

Wat doen we er dan aan?
Respecteer de persoonlijke ruimte, ook in de niet-persoonlijke ruimte.

Naar mijn mening bestaat de persoonlijke ruimte uit het eigen lichaam van de hond, zijn rustplaats en zijn onmiddellijke omgeving. De grootte van die ‘onmiddellijke omgeving’ verschilt van hond tot hond: bij de ene hond liggen zijn grenzen – letterlijk – heel dicht bij zijn eigen lichaam, terwijl een andere hond bijvoorbeeld alles binnen de vijf meter als zijn onmiddellijke omgeving ervaart.
Dat we van nature respect zouden moeten hebben voor de persoonlijke ruimte van de hond is voor mij nogal duidelijk. Desalniettemin worden er dagelijks honden ingeslapen omdat ze hapten of beten naar iemand die hun persoonlijke ruimte niet respecteerde…

De niet-persoonlijke ruimte is het actieterrein van iedere individuele hond, zoals de wandelroute, het park, de hondenschool, enz…
Indien iedereen, hond en mens, ten allen tijde respect zou hebben voor de persoonlijke ruimte van de ander zouden er heel wat conflicten kunnen voorkomen worden. Van een onoplosbaar conflictsituatie tijdens de wandeling aan de leiband zou geen sprake meer zijn…

Geert De Bolster